ADD: psychotherapie of medicatie? (*)

ADD diagnose: een ontdekking

Na ongeveer 20 jaar werken als klinisch psycholoog en psychotherapeut in psychiatrie en in de eigen Psychologenpraktijk leerde ik tot mijn eigen verbazing en vrij plots ADD problematieken bij volwassenen duidelijk en vrij gemakkelijk te onderscheiden van andere psychologische problemen en leerde ik de ADD behandeling ervan aan te passen. Dit verhaal is deels na te lezen in een vroegere blog, Kung-Fu Panda of de ADD symptomen .

Mijn enthousiasme werd er niet minder op toen deze ADD patiënten snel van de vervelende ADD klachten verlost werden door inname van medicatie, namelijk het medicament methylfenidaat . Daardoor kon de psychotherapie bij ADD van deze patiënten in onze Psychologenpraktijk herleid worden tot enkele sessies. Terwijl deze mensen met ADD voorheen, zoals bij mijn collega’s, een langere en soms ook intensieve klassieke psychotherapie betrachtten.

Ondertussen zijn we zeven jaar verder en kunnen we een en ander nuanceren en in een breder kader plaatsen.
De discussie blijft of AD(H)D bestaat. De voorstanders situeren zich eerder bij de farmaceutische industrie en de biologische psychiatrie en spreken van ADHD als een psychiatrisch ziektebeeld, een neurologische aandoening of ‘ADD syndroom’. De tegenstanders vinden we vooral bij onafhankelijke wetenschappelijke onderzoekers, sommige psychotherapeuten en kritische artsen die op de gevaren van de medicatie wijzen. Zij noemen het een verzinsel van ‘Big Pharma’.

Onze klinische praktijk toont ons dan weer een tussenpositie.

Waarom ADHD bestaat

Psychotherapie als ADD behandeling of medicatie?

Add medicatie of psychotherapie: alternatief?

De criteria voor ADHD en ADD staan beschreven in de DSM, die gebruikt wordt door zowat alle huisartsen, psychiaters en vele psychologen wereldwijd. Daarmee verbonden is er ook het APA dat deze diagnose erkent.

Er is de epidemische toename van het voorkomen van ADHD in Europa en USA. Er is onderzoek dat tracht aan te tonen dat er een genetische basis bestaat voor ADHD, de rol van het dopaminerge-noradrinalinerge systeem is beschreven, men vindt bepaalde afwijkingen in de anatonomie zowel als in het functioneren van de hersenen bij ADHD. Er worden diagnostische tests, vragenlijsten en beeldonderzoek gebruikt om ADHD op te sporen. Er bestaat een efficiënt medicament tegen ADHD en ADD, namelijk methylfenidaat.

ADHD: waarom dit niet bestaat

Een aantal wetenschappelijke onderzoekers en ook artsen, klinisch psychologen en psychiaters zijn ervan overtuigd dat de diagnose AD(H)D een uitvinding is van de farmaceutische industrie. Dat deze industrie het fictieve ADHD probleem bovendien opblaast tot epidemische proporties om commerciële redenen. Zij wijzen daarbij op vele onderzoeken naar de effecten van methylfenidaat bij ADHD die- al dan niet bewust- slecht zijn opgezet. Of waaruit verkeerde conclusies worden getrokken en bepaalde resultaten werden weggelaten of geminimaliseerd.
Sommige tegenstanders van ADHD beweren ook dat zowel de schrijvers van DSM als APA leden en veel onderzoekingen naar methylfenidaat bij ADHD zwaar gesponsord worden door de farmacie.

Andere bronnen wijzen erop dat er geen echte diagnostische ADHD test beschikbaar is, enkel vragenlijsten die weinig betrouwbaar en weinig valide zijn. De enige manier om tot een diagnose te komen is volgens hen het bevragen van een lijstje van subjectieve klachten. Klachten die ook in vele andere ziektebeelden verschijnen, en die elk op zich het gevolg kunnen zijn van opvoedingsmoeilijkheden, trauma’s of andere sociale omgevingsfactoren, of die een medische oorzaak hebben.
Voor ADHD als ziekte is er volgens deze onderzoekers dan ook weinig wetenschappelijke grond:

Zij geven aan dat er nog steeds geen oorzaak voor AD(H)D is gevonden, geen biomarker, geen oorzakelijk bewijs dat het noradrenaline -en dopamine-systeem aan de basis ligt van ADHD, geen bewijs van de relatie tussen ADHD en eventuele afwijkende neuro-anatomie of tussen ADD en afwijkende functies van de hersenen. Ze vinden het ook ‘extreem onwaarschijnlijk dat er een genetische oorzaak’  zal gevonden worden voor ADHD.

Onze ervaring in de Psychologenpraktijk met ADD bij volwassenen

Onze ervaring leert dat beide kampen zich ietwat bezondigen aan zwart-wit denken.

In onze klinische ervaring bestaat er wel degelijk zoiets als ADD. Maar de psychodiagnostiek ervan vereist een gedetailleerde kennis van het subjectieve klachtenpatroon van ADD, en een zorgvuldige bevraging van de klachten en de ziektegeschiedenis van zowel de patiënt als diens omgeving. En niet in het minst vraagt ADD diagnostiek een ruime ervaring en kennis van de vele andere psychologische problemen en psychiatrische ziektebeelden waarmee het al te vaak verward wordt. Zoals bijvoorbeeld depressie, burn-out, autisme en bipolariteit.

ADHD als neurologische ziekte

Wat de diagnosestelling van ADD bemoeilijkt is dat het een onopvallend verschijnsel is. Kinderen met hyperactiviteit (ADHD) worden (te) vlug opgemerkt, vaak door de leerkracht op school. Kinderen en volwassenen met enkel aandachtsproblemen (ADD) daarentegen zijn onopvallend aanwezig, timide en teruggetrokken. Braaf maar verstrooid.

Het lijkt het er sterk op – tenminste toch in de klinische praktijk- dat er effectief een uniek en samenhangend geheel van niet-unieke subjectieve klachten bestaat dat men ADHD en ADD noemt. Tevens zien we deze problematiek keer op keer terug bij familieleden van onze patiënten zonder dat we dit kunnen toeschrijven aan omgevingsfactoren.

Ik vrees dan ook dat goedmenende, gedreven onderzoekers het risico lopen het kind met het badwater weg te gooien.

Afhakende patiënten zonder hoop?

Een behoorlijk aantal van mijn patiënten stopte na enige tijd met de medicatie en herviel in hun oude miserie. Omdat er steeds meer lastige bijwerkingen (zenuwachtigheid, slapeloosheid, hoofdpijn, zware rebound,…) opdoken, of omdat algemeen de medicatie-inname als effect had dat zij ervaren dat de eigen persoonlijkheid verandert  (‘ik herken mezelf niet meer’) of dat men de indruk had in een keurslijf te zitten, gevangen in eigen lichaam en geest.

ADD: een alternatief voor medicatie

Bestaat er ander alternatief dan het hervallen in een leven dat zowel voor de ADD patiënt als voor de omgeving heel  zwaar om dragen is?
Er bestaat voor een aantal gevallen wel degelijk een alternatief, leerde ik ondertussen.

Dat alternatief is een doorgedreven en blijvende omschakeling van de eet -en leefgewoontes. Dit kan de medicatie op maximum zes maanden tot een jaar tijd vervangen. Bovendien verhoogt dit de kans op een gezonder lichaam en een langer leven.
Er is nood aan verder onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van voeding, leefgewoontes en natuurlijke supplementen.

(*) Bron: “ADHD:What do we really know?”, Lydia Furman in “Rethinking ADHD, from brain to culture”, S Timimi & J Leo(ed.) Palgrave Macmillan, Hampshire (2009)

Lees ook deze artikelen:

Comments are closed.